Huurwoningen zijn energiezuiniger dan eigendomswoningen

13 februari 2017
Teaser: 

Het is een open deur intrappen, maar appartementen zijn het meest energiezuinige woningtype. Open bebouwingen verslinden dan weer het meeste energie. Dat blijkt uit een analyse van de EPC-databank door het Steunpunt Wonen. Tweede vaststelling: huurwoningen - zowel huizen als appartementen - scoren op het vlak van energiezuinigheid beter dan eigendomswoningen. De reden daarvoor is niet ver te zoeken: huurwoningen zijn gemiddeld een stuk jonger dan eigendomswoningen en bijgevolg ook energiezuiniger.

Energieprestatiedatabank
Één van de interessantste overheidsdatabanken met informatie over het Vlaamse woningbestand is de energieprestatiedatabank, waarin alle EPC’s worden verzameld. Die databank wordt immers jaarlijks met 80 à 100.000 bijkomende certificaten verrijkt. Zeer binnenkort zal de grens van 1 miljoen EPC’s in de databank worden overschreden. Het is dus dé bron voor informatie om de energetische kwaliteit van de Vlaamse woningen in te schatten.

Het Steunpunt Wonen heeft vorig jaar een nieuwe analyse gepubliceerd van de EPC-databank. Het betreft een vervolgstudie. In 2015 verscheen een eerste rapport, dat zich toespitste op de EPC’s die t.e.m. 10 januari 2013 waren opgesteld. Het nieuwe rapport kijkt t.e.m. 14 oktober 2014. In totaal werden 724.345 certificaten geanalyseerd, 106.859 meer dan in de eerste studie. 64,1% van deze EPC’s waren gelinkt aan een verkoop en 35,9% aan een verhuur.

Bij verkoop was er in 44,7% van de gevallen sprake van bemiddeling door een immokantoor; bij verhuur kwam in 39,1% van de gevallen een vastgoedmakelaar tussen.

86,8% van de EPC’s zijn aangevraagd door een natuurlijke persoon en 5,8% door sociale huisvestingsmaatschappijen. Opvallend: 6,8% zijn aangevraagd door rechtspersonen. Ca. 7% van de woningen waarvoor sinds 2008/2009 een EPC is opgemaakt waren dus eigendom van een vennootschap.

Appartementen meest energiezuinige woningtype
De studie van het Steunpunt Wonen bevestigt dat appartementen het meest energiezuinige woningtype zijn. Appartementen hebben gemiddeld een energiescore van 294 kWh/m². Voor ééngezinswoningen daarentegen ligt het gemiddeld EPC-kengetal ca. 200 punten hoger, op 492 kWh/m².

Appartementen zijn een ingesloten woningtype en hebben daardoor minder warmteverliesoppervlakken (ramen, daken, gevels en vloeren aan de gebouwschil). Uit de eerste studie van het Steunpunt Wonen was reeds gebleken dat appartementen gemiddeld slechts voor 191,1m² warmteverliesoppervlakken hebben, tegenover bijna het dubbele (361,3m²) bij ééngezinswoningen.

De oppervlakte speelt niet onmiddellijk een rol omdat de energiescore wordt uitgedrukt per m². Het is dus niet onmiddellijk van tel dat appartementen gemiddeld een bruikbare vloeroppervlakte hebben van 86m², tegenover 171m² bij woonhuizen (open bebouwingen: 203m²; halfopen bebouwingen: 158m² en rijhuizen: 149m²).

Kijken we naar die woonhuizen, dan doen er zich natuurlijk grote verschillen voor naargelang het gaat om een open, halfopen of gesloten bebouwing. De grootste drop-off in energiescore zit tussen de halfopen (509 kWh/m²) en gesloten bebouwingen (432 kWh/m²). De open bebouwingen scoren gemiddeld het slechtst (536 kWh/m²). Dat is opnieuw het resultaat van de aanwezigheid van veel meer warmteverliesoppervlakten (gemiddeld 491,9m²), in vergelijking met halfopen bebouwingen (337,9m²) en rijhuizen (251,8m²).

Huurwoningen energiezuiniger dan eigendomswoningen
Het is al langer geweten dat huurwoningen globaal beter scoren op vlak van energiezuinigheid dan eigendomswoningen. Een belangrijke verklarende factor hiervoor is dat appartementen, het meest energiezuinige woningtype, domineren op de huurmarkt. Ter illustratie: 67% van de verhuurde woningen in de EPC-databank zijn appartementen tegenover 32% van de eigendomswoningen.

Maar: huurwoningen scoren ook beter dan eigendomswoningen wanneer we kijken naar de energiescore per woningtype. Huurappartementen presteren 31 kWh/m² lager dan koopappartementen en voor woonhuizen zijn de verschillen nog meer uitgesproken.

De voornaamste verklaring hiervoor is gerelateerd aan het bouwjaar: huurwoningen zijn overwegend (en dus gemiddeld) minder oud dan eigendomswoningen. De eerste studie uit 2015 toonde aan dat iets meer dan 1/3de van de koopwoningen gebouwd werd na 1970 (36,6%); voor de huurwoningen is dat meer dan de helft (51,1%). Of ook: bijna 1/3de van de huurwoningen (31,8%) werd gebouwd na 1985 tegenover slechts 1/5de (20,1%) van de koopwoningen.

Oudere woningen zijn – logischerwijs – gemiddeld veel minder energiezuinig dan recentere woningen. Niet onbelangrijk om te weten hierbij is dat bij een renovatie het verbouwjaar in de EPC-databank wordt ingevuld in het vak ‘bouwjaar’.

Voor woningen met een (ver)bouwjaar tot het midden van de jaren 1950 ligt de energiescore gemiddeld rond 500 kWh/m². Voor de latere bouwperiodes daalt de gemiddelde energiescore progressief, tot minder dan 200kWh/m² voor de recentste bouwjaren.

Dit is allemaal redelijk vanzelfsprekend, omdat de technieken consistent zijn verbeterd en de kans is vergroot dat één of meerdere schildelen degelijk geïsoleerd zijn. Amper 5% van de woningen gebouwd tussen 2006 en 2014 hebben geen gevelisolatie (volgens de invoergegevens van het EPC). Bij woningen daterend van voor 1970 is dat meer dan 50%. Hetzelfde geldt voor vloerisolatie.

In de meeste recente bouwperiode had slechts 2% van de woningen geen dakisolatie, tegenover 1/3de van de woningen gebouwd voor 1970. Ook op vlak van beglazing is het bouwjaar zeer bepalend, met name voor de overgang van enkel glas naar dubbel glas en recent vooral hoog rendementsglas.

Share: